Auteur: Ilonka Ketzer

Ilonka gunt iedereen een kijkje in haar hersenspinsels, gedachtenflarden en zielenroerselen. Alles gezien door een roze bril met een vleugje humor.

1. Opperdepop

Opperdepop. Ik kan me herinneren dat mijn oma dit altijd zei als ik mijn bord helemaal leeg gegeten had. Ik was namelijk een moeilijke eter en liet regelmatig wat staan. Tegenwoordig laat ik nooit meer iets staan. Mijn bord is elke dag leger dan leeg. Alles gaat op. Opperdepop. Het is kindertaal. Iedereen kent deze uitdrukking. Iedereen heeft het wel eens gehoord en gebruikt om aan te geven dat iets leeg is of echt helemaal op. Ik was ook op, maar dan echt helemaal op. Ik was Opperdepop dus.

Je zag niet veel aan mij. Er waren immers weinig fysieke symptomen waaraan je kon zien dat ik ziek was. Ik deed ook hard mijn best om zo normaal mogelijk aan het sociale leven mee te doen. Dus naar buiten toe was ik vrolijk en er waren zelfs momenten dat ik vol leven zat. Maar niemand zag de strijd die ik moest leveren om ’s morgen mijn bed uit te komen. Hoe ik met veel pijn en moeite de krantenkoppen kon lezen, omdat een hele krant niet meer lukte. Geen mens wist dat ik geen boek meer in kon kijken, terwijl ik er normaal gesproken minimaal twee in de week uitlas.

Niemand zag het hoopje mens wat achterbleef nadat ik het laatste restje energie uit mezelf geperst had om toch maar gezellig mee te doen op de verjaardag van mijn kleine nichtje. Als een ziek dier trok ik me terug in mijn eigen hol op slechte dagen. Mijn huis was een vertrouwde en veilige plek waar ik de rust vond die ik zo nodig had. Er waren tijden dat ik dagenlang geen mens zag. Niet omdat ik niet wilde, maar omdat ik dat gewoonweg niet kon. Ik had er de puf niet voor. Ik was gewoon op…

Advertenties

2. Geestverschijning

Als ik mensen vertelde wat er met me aan de hand was werd er even voor de goede orde meelevend geknikt, maar ging het gesprek al gauw over iets anders. Ze konden er helemaal niks mee. Het leek wel of ik onderdeel was van een 19e eeuw’s rariteitenkabinet . Een geestverschijning of iets anders onverklaarbaars. Ik had het gevoel dat ik een soort variant van de Elephant man was, waar mensen amper naar durfden te kijken. Waar ze snel het gordijntje van dicht trokken, omdat ze zo geschrokken waren van hetgeen ze gezien hadden.

Voor veel mensen was het een te moeilijk gespreksonderwerp en te ingewikkeld. Ik heb me in die tijd oprecht verbaasd over het feit dat de meesten mensen weliswaar belangstellend vragen hoe het met je gaat, maar totaal niet geïnteresseerd zijn in je antwoord. Ik was zo naïef geweest om te denken dat mensen oprechte belangstelling in mij toonden als ze vroegen hoe het met me ging. Dat doe ik zelf namelijk ook. Inmiddels weet ik dat het in veel gevallen een beleefdheidsfrase is geweest.  Mensen verwachten natuurlijk ook niet dat de ander een eerlijk antwoord geeft op de vraag hoe het gaat. “O goed hoor”, is het meest verwachtte antwoord wat op deze vraag volgt. Men weet ook niet zo goed hoe ze moeten reageren als de ander iets zegt in de trant van: “Nou eigenlijk gaat het hartstikke kut” Niet iedereen heeft jarenlang gesprekstechnieken van Dr. Laing bestudeerd op school en leren doorvragen. En ook is niet iedereen even empathisch. Soms vergeet ik dat wel eens.

Mijn nietzijn en mijn welzijn leek wel taboe als gespreksonderwerp. Er werd niet of nauwelijks aandacht aan besteed en ook niet over gepraat. Voor de omgeving was het lastig om geconfronteerd te worden met een fenomeen wat men niet kent. Iedereen was stiekem bang om dit monster zelf tegen te komen. Hij sluimert in ieders leven en kan bij iedereen aan de oppervlakte komen. Iedereen kan namelijk een burnout krijgen. Ook ik…

3. Dood paard

De term burnout wordt in de volksmond vaak vertaald als opgebrand. Iedereen kent dat gevoel. Na een lange dag hard werken, de nodige files, jengelende kinderen die aan je rok hangen en een man die zeurt om zijn eten voelt iedereen zich wel eens compleet op. Het enige wat je dan wil is rust, rust en nog eens rust. Je voelt je doodmoe en hebt geen greintje energie meer over. Maar na een knuffel van je kind, een knipoog van je eega, een goed maal en een warm bad gaat de energie weer zachtjes stromen en laait het smeulende vuur weer op. Je voelt je weer mens. En iedereen kent ook dat gevoel wel.

Nou ja, ik eigenlijk niet. Ik heb geen man, ik heb geen kind en ik heb ook geen bad en in Twente heb ik nog nooit in de file gestaan. ( wel voor een stoplicht overigens) Maar ik kende dat gevoel wel. Het is namelijk onderdeel van een simpele cyclus van het leven. Na een periode van inspanning volgt een periode van ontspanning. Daarna is er weer inspanning en ga zo maar verder. Als die periode van inspanning niet meer afgewisseld wordt met ontspanning dan komen er langzaamaan problemen. Dit gaat niet zo snel. Ook ik had in eerste instantie helemaal niks in de gaten. Blijkbaar kon ik nog een lange tijd op mijn reserves teren.

Die voorraad energie, die eigenlijk bestemd was voor oorlogstijd, slonk naarmate de tijd vorderde en werd niet meer aangevuld. Het meeste ging op aan mijn werk en aan mijn relatie. Beide bleken niet meer bij mij te passen, maar het duurde nog jaren voordat ik dat door kreeg. Ondertussen bleef ik maar aan de dode paarden trekken ( waar ik destijds mijn werk en mijn ex onder verstond) en hield ik allerlei bordjes tegelijkertijd in de lucht. In plaats van een behendige acrobaat leek ik eerder op een onhandige ober op een Griekse bruiloft, want ze vielen allemaal stuk. Ook de dode paarden verkeerden al gauw in een staat van ontbinding. En ik bleef maar met alle overbodige zooi en rotzooi slepen. Ik werd bijna zelf een dood paard…

4. Grootheidswaanzin

Ik heb een zeer brede rug en kan veel dragen. Zo heb ik in het verleden al een poging gedaan om in de voetsporen te treden van Atlas door ook de hele wereld op mijn rug te dragen, wat resulteerde in een periode van overspannenheid. Als jeugdhulpverlener wilde ik alle kindertjes in deze wereld redden. Dat lukte natuurlijk niet, want het waren er gewoon veel teveel. Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel en een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Daarnaast ben ik enorm empathisch en sensitief. Al deze eigenschappen zijn bijna een scheikundige formule voor overspannenheid, zeker in combinatie met een bepaalde persoonlijkheid, familiegeschiedenis en de nodige organisatiestress.

Ik kon namelijk niet meer stoppen met werken. ’s Nachts kon ik niet meer slapen, want daar was ik veel te onrustig voor. Bovendien was het zonde van de tijd, want ik moest nog zoveel doen en zoveel regelen. Ik vond het moeilijk om afstand te nemen , want ik voelde me zo betrokken en verantwoordelijk . Ik kon er wel van janken, van al dat leed. En dat deed ik dan ook. Tranen met tuiten. Ook in bijzijn van cliënten, wat erg vervelend was, zowel voor hen als voor mij. Maar ik vond het verschrikkelijk dat ik ze niet kon helpen. Elke keer als ik me bewust werd van mijn eigen onmacht barstte ik weer in tranen uit. Ik was zo labiel als een eendagsvliegje met PMS.

Dankzij de hulp van de nodige therapeuten ben ik weer overeind gekrabbeld. Zij hielpen mij van mijn grootheidswaanzin af. Ik kon wel denken dat ik God was of Superwoman en de hele redden, maar de realiteit was dat ik er niks aan kon doen dat het zo oneerlijk verdeeld was. Wat ik ook deed, hoe hard ik ook werkte, ik zou altijd water naar de zee dragen. De kunst was om zo nu en dan ook gewoon even op het strand te gaan zitten, naar de zon te kijken en zandkastelen te bouwen. Maar dat deed ik niet…

5. Tukje

Het verschil tussen burnout en overspannenheid zit volgens de deskundigen in de tijdsduur. Overspannenheid schijnt wat korter te duren. Voor mij zat het verschil niet alleen in de tijd, maar ook in mijn fysieke gesteldheid. Deze stond bij de burnout veel meer op de voorgrond. Ik had weinig klachten. Ik was alleen maar moe, moe en nog eens moe.

Ik was zo moe. Er zijn momenten geweest, dat ik ’s middags in de auto op weg naar huis mijn ogen niet meer open kon houden. Ik heb er wel eens over gedacht om onderweg op een truckerplaats te stoppen en een tukje te doen. Bang dat ik een ongeluk zou veroorzaken.  Dit heb ik nooit gedaan, want ik woonde maar 20 minuten rijden van mijn werk. En het zou ook een beetje raar zijn om daar als vrouw alleen met mijn kleine Suzuki op klaarlichte dag naaste die grote vrachtauto’s te gaan staan. Stel je voor. Dat zou wel eens een heel verkeerd signaal af kunnen geven aan al die vrachtwagenchauffeurs. Dus reed ik elke dag, vechtend tegen de slaap richting huis.

Thuisgekomen knapte ik altijd weer wat op. Ik hing na het werken een beetje op de bank, las de krant, ging koken of ging op bezoek bij een vriendin. Dan voelde ik de energie langzaam weer wat terugkomen. Helemaal fit werd ik niet, maar dat was meer te wijten aan mijn algehele conditie die nooit goed geweest is.  Het vermoeidheidsgevoel wat ik overdag voelde (en wat steeds erger leek te worden) ging ik te lijf met koffie, energiedrankjes, Cup-a-Soup momentjes en vitaminepillen. Deze hulpmiddeltjes zorgden weliswaar voor een tijdelijke energieboost, maar het effect was slechts van korte duur. Mijn vermoeide gevoel kwam al snel terug en werd nog eens verergerd door alle suikers die ik binnenkreeg. In mijn poging mijn vermoeidheid enigszins onder controle te krijgen moest ik vroeg naar bed van mijzelf. Maar dat hielp natuurlijk helemaal niks, want ik was niet zo’n vroegslaper..

6. Parkeren

Die slapeloze nachten werden een groot probleem. Ik ben van nature een avondmens, maar wellicht werd het tijd om het roer van mijn bioritme eens rigoureus om te gooien. Misschien dat daar de oplossing lag. Urenlang heb ik liggen woelen en draaien en alles gedaan wat de slaapgoeroes zeggen wat nodig is om goed te kunnen slapen. Zo bande ik alle apparaten uit mijn slaapkamer omdat de telefoon, de tablet en de laptop te veel licht uitstraalden. Ging ik een uur voor het slapen zitten niksen met een kaarsje aan ( ander woord voor mindfullness) omdat teveel prikkels voor het slapen gaan niet goed zou zijn. Te weinig prikkels ook niet trouwens. Doordat ik geen enkele afleiding had, was er volop ruimte voor mijn gedachten. En in daar had ik er heel veel van.

Melatoninetabletjes, melk met honing, slaaptabletten, warm douchen. Het hielp allemaal niks. Mijn lijf wilde wel slapen, maar mijn geest was klaarwakker. Mijn hoofd werd voller en voller en de gedachtenstroom was niet meer stoppen. Het was geen piekeren. Het was meer een nabeschouwing van wat was en een voorbeschouwing van wat ging komen. En alles daar tussenin. Maar dan ook alles. De meest onzinnige, nutteloze gedachten kwamen in me op en gingen niet meer weg.

Het gevolg was, dat ik ondanks mijn vroege bedtijd, urenlang wakker lag. Nu kwam ik niet alleen dodelijk vermoeid van mijn werk terug, maar ging ik er al doodmoe naar toe. En zo wilde ik al heel snel erg graag ook op de heenweg mijn autootje parkeren naast zo’n groot gevaarte op de truckerstopplaats. Het leek me heerlijk om m even mijn ogen dicht te kunnen doen en te rusten. In feite gaf ik wel een signaal af, maar had nog niet in de gaten dat het voor mijzelf was. Ik had helemaal niks in de gaten. Ik was gewoon moe en mijn slaap haalde ik in het weekend en in de vakanties in. Op een gegeven moment hielp ook dat niet meer. Dit was geen normale vermoeidheid. Maar wat was het dan wel? Ik wist het niet meer…

7. Onweer

Om te ontdekken waar ik nu last van had ging ik naar de huisarts. Ik had natuurlijk op internet naar mijn symptomen gezocht, wat ieder mens tegenwoordig tot grote wanhoop van de doktoren doet. Ook ik was ervan overtuigd dat ik iets heel ernstigs had. Want zo moe, dat kon echt niet. Mijn fantasie sloeg helemaal op hol als ik in mijn bed lag te malen en te dralen  want slapen deed ik al lang niet meer. De meest vreselijkste ziektes passeerden de revue : kanker, M.S,  hersenletsel, diabetes. Voor mijn gevoel had ik dat allemaal wel kunnen hebben. Misschien had ik wel een zeldzame ziekte waar ze hier in Nederland niks mee kunnen en waarvoor ik naar Amerika moest voor een behandeling. Je weet het niet. Het kon van alles zijn.

Ondertussen zat ik inde ziektewet, want werken ging niet met al die vermoeidheid. Ook had deze mysterieuze ziekte mijn concentratievermogen aangetast, want ik kon me nergens meer op concentreren. Flarden gesprekken ving ik op van conversaties, waarvan ik geen idee had waar het over ging. Lezen lukte niet meer, want ik moest steeds opnieuw beginnen. Zelfs het kijken van films, één van mijn grote liefhebberijen, ging erg moeizaam. Ik kon een thriller kijken en pas na het derde lijk had ik in de gaten dat er iemand dood was. Niks drong meer tot me door. Heel vreemd, want normaal zie en hoor ik altijd alles.

Het leek wel of mijn hersenen in staking waren. Ze reageerden niet meer zoals ik gewend was. Ze weigerden dienst. Het was gewoon mistig in mijn hoofd. Ook vergat ik van alles. Nu ben ik een grote chaoot en vergeet ik wel eens wat, maar nu vergat ik veel vaker iets. Ook vergat ik de dingen waar ik mee bezig was.  Zo kon ik uren dwalen in mijn eigen huis, omdat ik niet meer wist waar ik mee bezig was. Eigenlijk verdwaalde ik in mijn eigen hoofd. Nadenken lukte niet meer en deed gewoon pijn. Het knetterde en ik zag steeds vaker lichtflitsen.  Het stormde niet alleen in mijn hoofd, het onweerde er nu ook. En ik ben al zo bang voor onweer…